|

Gastenboek

made by
poldertrol
| |
De geschiedenis van de Noorse Boskat
De Noorse Boskat, of op zijn Noors de 'Norsk Sko katt of
Skaukatt', is een uniek Noors kattenras, dat sinds mensenheugenis
aanwezig is in de uitgestrekte bossen van Noorwegen.
Deze grote kat vertoont een meer dan oppervlakkige gelijkenis met de Maine Coon.
De weerbestendige vacht is aangepast aan
een ruig en koud klimaat. De wollige ondervacht houdt het lichaam warm, terwijl
de lange waterafstotende dekharen van de bovenvacht
de kat beschermen tegen regen, sneeuw en ijs. Een schitterende lange pluimstaart
en 's winters een volle kraag met bef, vervolmaken
bet robuuste uiterlijk.
De Noorse Boskat is een uitstekende klimmer die met zijn sterke klauwen snel in
hoge bomen kan komen, maar ook schijnbaar
moeiteloos tegen steile rotswanden kan klauteren.
Onderzoekingen en vergelijkingen hebben aangetoond dat de Noorse
Boskat niet verwant is aan de Europese Boskat (Felis Silvestris).
Dit zou er op wijzen, dat de Noorse Boskat reeds lang geleden in Noorwegen is
ontstaan of geïmporteerd is. Hoewel het
nooit
gemakkelijk is de oorsprong van een kattenras te achterhalen, is er wel een voor
de hand liggende verklaring voor de aanwezigheid
van de Noorse Boskat in het hoge noorden.
Het is mogelijk dat de voorouders van de Noorse Boskat door de Vikingen op hun
terugtochten vanuit de streken ten zuidwesten
van de Kaspische Zee meegebracht zijn naar Noorwegen.
De vikingen, de toenmalige bewoners van Denemarken, Noorwegen en Zweden, hielden
heel Europa van de achtste tot de elfde eeuw
in de ban van angst voor overvallen en plunderingen. Zij noemden zich de
koningen der zee. Moorden, roven en brandstichten
was hun devies.
Ze bezaten smalle, aan de uiteinden hoog oplopende, zeer wendbare drakenschepen,
waarmee ze alle zeeën bevoeren. Steden
en
dorpen die aan rivieren lagen en per snelle Vikingboot goed bereikbaar waren,
liepen groot gevaar. Steden als Mairiz, Trier.
Aken, Londen en Parijs werden geplunderd. Ook de Nederlanden werden niet
overgeslagen en frequent bezocht.Behalve dat ze beschikten
over snelle schepen, waren, de Vikingen een niets ontziende, sterk krijgsvolk.
Ze bezetten onder andere grote delen van Engeland
en Normandië en voeren naar Schotland, IJsland en Groenland,daar komen
halflangharige katten ook nu nog in het wild voor.
Ook gingen ze met hun schepen helemaal naar Amerika. Later werd
in Newfoundland in L'Anse aux Meadows een Viking nederzetting
blootgelegd In Maine vond men een Noorse munt uit de regeerperiode Van Olav de
Kyrre (1067 1093 n. Chr.).
Aan deze vondsten ligt de theorie ten grondslag dat de Maine Coon kat in
Amerika, die zoveel gelijkenis vertoont met de Noorse
Boskat, reeds meegebracht zou zijn door de Vikingen. De Vikingen zwierven naar
alle windstreken. Ze gingen meer dan vierduizend
Kilometer ver, dwars door Rusland tot de Kaspische zee. Ze drongen door tot diep
in Klein Azië reisden naar het huidige
Istanboel
in Turkije zelfs in het Midden 0osten drongen ze door tot Bagdad.
Ze ontwikkelden zich tot gewiekste kooplieden die uitgebreid
handel dreven en verkochten niet alleen slaven maar ook ivoor
van walrustanden. Barnsteen, bont, zilver en wapens.
In de Kaukasische en Anatolische hoogvlakten berucht om bun ijzige koude winters
kwamen halflangharige katten voor. Door het
koude klimaat ontwikkelden zich in de winter warme, lange vachten. Dit waren,
lange, slanke maar stevig gespierde katten.
De kop was wigvormig met een middellange neus en grote puntvormige oren met
pluimen Zij zijn te beschouwen als de voorouders
van de meeste van de huidige halflangharige kattenrassen (onder andere Angora,
Turkse Van, Maine Coon en Noorse Boskat).
Nu we weten dat de Vikingen lange tijd in bovengenoemde gebieden
vertoefden en alles verhandelden wat winstgevend was, is
het zeker niet ondenkbaar dat de voorouders van de Noorse Boskat hier vandaan
kwamen. In ieder geval was ten tijde de van
de Vikingen de kat reeds in Scandinavië aanwezig. De zonnegodin Freyja was de
godin van de liefde, de vruchtbaarheid
en bet
gewas in de Noorse en Germaanse mythologie. Freyja bestuurde langs de
nachtelijke hemel een gouden hemelwagen die getrokken
werd door op Noorse Boskatten gelijkende katten.Een andere theorie over de
aanwezigheid van de Noorse Boskat in Scandinavië is de volgende Rond bet jaar
500 na Chr.,
na de
dood van koning Atilla trokken Hunnenstammen vanuit Midden en Oost Europa naar
Scandinavië Deze mensen zouden de zich
op fluwelen
voeten voortbewegende beschermers van de voedselvoorraden meegebracht hebben.
De oudste melding waarvan we mogen aannemen dat het een Noorse Boskat betreft,
dateert waarschijnlijk uit 1559. Dit betreft
de indeling van Noorse lynxen door de Deense priester Peter Clausson Friis die
in Noorwegen woonde. Hij maakte de volgende
indeling: de katlynx, de vos lynx en de wolf lynx. Het is heel goed mogelijk dat
de kat lynx de Noorse Boskat geweest is.
De eerste schriftelijke overlevering over de Boskatten, stamt uit Noorse
sprookjes en sagen die omstreeks 1835 werden opgetekend
en verzameld door Peter Christen Asbjornsen en de dichter Jorgen Moe. In een van
deze sprookjes wordt de Noorse Boskat zelfs
als de verpersoonlijking van een betoverde prinses voorgesteld.
In 1912 verscheen er in Noorwegen een kinderboekje een sprookje,
geschreven door de Noorse auteur Gabriël Scott. De hoofdrolspeler
in dit boek is Solvfaks, een Noorse Boskat. Hot boekje was getiteld: 'Solvfaks,
die de wijde wereld introk'. De illustraties
van Arnold Thornam tonen een kat met een lange pluimstaart en een volle kraag.
|